Voorzieningenrechter Assen 4 november 2009 (Prins Bernardhoeve), LJN BK2194

Eiser, Stichting Prins Bernhardhoeve, heeft merkenrecht op PBH en Prins Bernhardhoeve voor organisatie van beurzen en tentoonstellingen, en domeinnamen www.prinsbernhardhoeve.eu, www.pbh.nl en www.pbh.eu. Gedaagde, PBhoeve beheer BV, heeft gebruiksrecht op het beurzencomplex Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren en gebruikt www.prinsbernhardhoevezuidlaren.nl en www.pbhoeve.nl. De Stichting heeft in okoter 2006 de Prins Bernhardhoeve te Zuidlaren verkocht en het gebruik van de naam voor het gebouw nadrukkelijk toegestaan.
De Stichting beroept zich op art. 2.20 lid 1 sub a en lid 2 BVIE en stelt dat het inbreukmakende teken/merk van gedaagden (Prins Bernhardhoeve/PBH) gelijk is aan het merk van de Stichting en wordt gebruikt voor dezelfde waren en/of diensten als die waarvoor het merk van eiseres is ingeschreven. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat er geen sprake is van gebruik voor dezelfde waren/diensten, nu PBhoeve Beheer de naam Prins Bernhardhoeve uitsluitend gebruikt als aanduiding van het beurzencomplex te Zuidlaren.
Ook een beroep op art. 2.20 lid 1 sub d gaat niet op, nu PBhoeve Beheer een geldige reden heeft de naam te gebruiken en de Stichting het gebruik van de naam voor het gebouw ook nadrukkelijk heeft toegestaan. Indien en voorzover de Stichting probeert te stellen dat PBhoeve Beheer door het gebruik van die naam en door het gebruik van www.pbhoeve.nl, www.prinsbernardhoevezuidlaren.nl PBHoeve Events inbreuk maakt op de merkrechten van de Stichting, gaat deze stelling niet op. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet vast komen te staan dat door het gebruik van genoemde handels- en domeinnamen ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.